Woord van de week 05-03-2017 (1eZondag in de 40 dagentijd)

De liefde is geduldig.                                      1 Korintiërs 13:1-8

Kerngedachte: De liefde is het hoogste goed. Waarom? Omdat God liefde is en Hij er vóór geloof en hoop was en na geloof en hoop zal zijn.

De liefde moet de grootste zijn, vóór iets anders. Vaak wordt in kerkelijke kringen het geloof op deze plaats gezet en juist apostel Paulus heeft het belang van deze gave en eigenschap onderstreept. Juist deze apostel echter corrigeert voor het geval iets bij ons verkeerd overgekomen zou zijn: zelfs dit geloof is zonder de liefde niets.
En dat schrijft ons iemand, die allesbehalve de gave van de liefde met de paplepel is ingegeven. Iemand, die moordend door de gelederen van de eerste christenen is getrokken en een bloedig spoor heeft achtergelaten. Maar ook iemand, die door Christus helemaal nieuw op het rechte pad werd gebracht, die door het inzicht van Gods liefde mocht begrijpen, wat het betekent door de verzoenende God geliefd en aangenomen te zijn, ondanks alle wandaden. Dat wordt met alle krachtige uitdrukkingswijzen in de brieven van de apostel steeds geprononceerder en gevoeliger duidelijk.

Apostel Paulus staat echter ook niet alleen in zijn houding tegenover de liefde, ook al is dit “hooglied” nauwelijks te overtreffen. Wie anders dan de discipel van de liefde, Johannes, heeft het net zo mooi uitgedrukt in zijn brieven en komt tot de slotsom: “God is liefde” (I Johannes 4:16). Waar de liefde, dus God is, zijn geen verdere regelingen nodig, zij vervult alles, omdat de liefhebbende de behoefte heeft het doelwit van zijn liefde alleen maar goed te doen.
Daarom komt apostel Paulus in het eerste gedeelte van het Bijbelwoord (verzen 1-3) tot het inzicht, dat alle nog zo positieve eigenschappen hol en leeg zijn zonder liefde, zoals een leven zonder God: mijn spreken bereikt niemand, mijn geloof slaat dood, zoals ook waarheid zonder liefde kan doodslaan, gerechtigheid hard maakt en vriendschap huichelachtig.

In het volgende gedeelte van het Bijbelwoord  (verzen 4-7) omvat apostel Paulus het hele scala, de hele bandbreedte van de liefde: eigenschappen, die deel uitmaken van de liefde, zoals licht, dat hij in zijn kleurenspectrum analyseert. Daarbij gaat het niet om buitengewone dingen, maar om allemaal dingen, die een rol in het dagelijks leven spelen. Zo willen we stilstaan bij “geduld”: geduld als vrucht van de Geest.

Geduld (lankmoedig): liefde begrijpt en kan wachten. Zij is zelfs bereid voor de ander te lijden, te verdragen.

Laten we eens kijken naar geduld. Wat geduld is, weet je pas als er iemand met jou geduld heeft. Geduld is een schone zaak  –  zo luidt het gezegde. En dat is natuurlijk ook zo. Geduld. Ik vind het vaak moeilijk om geduldig te zijn, bijvoorbeeld als ik haast heb, maar ook als iemand me irriteert. Geduld, het is een schone zaak,  maar wat ik wil bespreken is dat het ook een vrucht van de Geest is. Iets wat de Heilige Geest in je wil laten groeien. Het staat beschreven in Galaten 5:22-23: “22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23 zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.“

Daar hebt u het woord ‘geduld’. In oudere vertalingen heette het ook lankmoedigheid. U hoort daar wel iets in van het woord lang. Zeg maar: dat je lang van geduld bent. Dat je geen kort lontje hebt, maar het tegenovergestelde: het duurt lang voordat je kwaad wordt.

Het begint bij God.
Als het over geduld of lankmoedigheid gaat, is dat allereerst een eigenschap van God zelf. Mensen staan daar nou niet bepaald zo om bekend. Nee, lankmoedigheid, dat komt niet van mensen. Het komt allereerst van God. Dat hoor je op z’n allermooist in de woorden, die God tot Mozes sprak na de crisis rondom het gouden kalf. Even leek het of God niet verder mee zou gaan met zijn volk, maar na voorbede van Mozes lezen we: “De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig” (Exodus 34:6). God spelt hier als het ware de letters van zijn naam en Hij is liefdevol en genadig, geduldig (lankmoedig), trouw en waarachtig.
Zo is onze God en daar leven wij van. Om het met Psalmen 30:6 te zeggen: “Zijn woede duurt een oogwenk, zijn liefde een leven lang, met tranen slapen wij ’s avonds in, ‘s morgens staan we juichend op.”
Lankmoedig, wat hééft de Here een geduld met ons. Wat heeft Hij een geduld met mij, dat ik zo vaak te klein van Hem denk en dat Hij mij toch nog wil gebruiken met al m’n fouten en gebreken. Zelfs zoveel geduld, dat de spotters zullen zeggen: waar blijft Hij nou, de Here? Maar Hij is geduldig voor u, omdat Hij niet wil dat sommigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.
En dat is nu precies waar het om gaat bij ònze lankmoedigheid. Als je daarover leest in de Bijbel, zie je: het wordt soms vertaald als geduld en soms als lankmoedigheid. En het gaat er altijd om, dat het niet deugt hier op aarde en hoe reageer je daar nou op? Ik bedoel: het is natuurlijk wel mooi om over die fijne dingen  van de vrucht van de Geest te praten, over liefde en blijdschap en zo. Maar denk maar niet, dat het daar zoetelijk van wordt. Geduld gaat over hoe je je gedraagt in een situatie, die niet deugt. En of je dan mee kunt komen in het geduld van God.

Met drie woorden uit de Bijbel wil ik laten zien hoe dicht dat op je eigen huid komt.

De wereld deugt (nog) niet
In de eerste plaats een woord van Jakobus, die schrijft: “Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt. Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen. Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen.” (Jakobus 5:7-8) Jakobus weet van het onrecht op aarde, dat de dingen niet deugen. Dat de rijken het recht verkrachten en de armen de pineut zijn. Dat er zoveel ellende is op deze aarde. Kun je dan geduld hebben zoals de boer, die op de opbrengst wacht? Heb geduld, want de Heer komt terug.

De kerk deugt (nog) niet
Het tweede punt is nog iets pijnlijker. Niet alleen de wereld deugt niet, maar de kerk ook niet en ook daar heb je dus geduld, lankmoedigheid nodig. Paulus schrijft, als hij het over de gemeente heeft: “wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.” (Efeziërs 4:2). Om het uit te houden in de kerk heb je nodig: bescheidenheid (wie groot wil zijn in de kerk, gaat sowieso kopje onder, maar dat is zo gek nog niet) en verder zachtmoedigheid en geduld. Wat een geduld heb je niet nodig en dan bedoel ik: geduld met elkaar. Dat geldt in de wereld ook natuurlijk, maar in de kerk doet het de meeste pijn. Dat je broeders en zusters zo tegenvallen. De één is zo traag, niet vooruit te branden. Een ander is zo actief, dat hij geen ruimte laat voor initiatief van anderen. Een derde heeft gewoon een heel lastig karakter, waardoor het moeilijk is om met hem om te gaan. En ga zo maar door. Wees geduldig en verdraag elkaar uit liefde. Dat is wat God doet met de kerk en kunnen wij daarin meekomen?

Ik deug (nog) niet
En tenslotte: onmisbaar is hierbij ook de derde pijnlijke erkenning: ik deug niet. Nog niet. Als je daar niet aan toe komt, ga je kapot. Dan is er geen ruimte voor vrucht van de Geest, dan wint ergernis het, ergernis aan de wereld en aan de kerk. De wereld deugt niet, de kerk deugt niet, maar ik ook niet. Paulus wist daar voor zichzelf alles van. Hij had in zijn jeugd zelfs de gemeente van Christus vervolgd. In zijn tomeloze, maar verkeerde ijver had hij tegen de kerk gestreden. En hij weet dan ook “ik was de eerste aan wie Hij zijn grote geduld toonde, zodat ik een voorbeeld werd voor allen die in Hem geloven en het eeuwige leven zullen ontvangen.” (Timoteüs 1:16)
Nu mag ik hopen, dat u het zo bont niet gemaakt hebt. Maar ik mag ook hopen, dat u niet alleen uit uw hoofd geleerd hebt ‘dat wij allen zondaars zijn’, maar dat u ook concreet beseft wat een geduld de Here God met u moet hebben, steeds opnieuw. Dan komt er ruimte voor vrucht, vrucht van de Geest in uw leven. Want de Geest wil, dat er iets moois groeit in je leven, een volle vrucht, maar om zover te komen doet de Geest eerst zonde kennen. Juist dan wil de Geest ons meenemen in Gods geduld, in zijn lankmoedigheid.
God is geduldig, lankmoedig. Hij verdraagt ons en geeft ons nog een kans op bekering, genadetijd. Nu zegt Paulus: ook in u, jou kan dat geduld van God komen. We ervaren niet alleen het geduld van Christus met ons, maar zijn geduld wil ook ons geduldig maken. Zijn geduld stroomt van Hem uit naar ons toe en wil ons veranderen, geduldig maken. Dat doet de Heilige Geest.
Wanneer je gewonnen bent door Gods geduld, stopt de Geest niet met zijn werk, maar gaat Hij door om u, jou geduldig te maken.
Zoveel facetten heeft de liefde en waarschijnlijk nog meer. Elk van deze aspecten is een deel van de liefde, maar niet het geheel. Steeds als wij onszelf beschouwen en het een of ander zouden willen verbeteren, merken wij hoe beperkt wij zijn. Jezus wil iets anders. Er is daarbij iets nieuws: zijn liefde in zijn Geest. Onze wil zal ons niet veranderen, maar zijn ondervonden liefde is daartoe wel in staat. Omdat zij geen stukwerk is, beïnvloedt zij het hele spectrum. Gods doel met ons is beter te kunnen liefhebben. Wie anders dan Hij zou dat kunnen volbrengen? Daarbij blijkt, dat liefde meer is dan de som van de opgetelde bestanddelen, zoals een mens meer is dan een hoop organen, botten en ledematen. Het is leven in de mens en leven in de liefde. Onze liefde zal steeds het antwoord op Gods liefde zijn. Hij heeft ons eerst liefgehad en zijn leven voor ons gegeven. God is liefde! Daarom is zij de grootste!

“Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam.
Wij  echter zagen Hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.
Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.”
(Jesaja 53:4-5).

Deze liefde heeft zeker meer draagkracht, maar is wel alleen met Gods hulp leefbaar voor ons.

I. Ras

Comments are closed.