woord van de week 19-03-2017 (3ezondag 40 dagentijd )

De spiegel                                                                              1 Korintiërs 13: 8-13

De aangehaalde tekst uit 1 Korintiërs 13 laat zien, dat niet alleen ons spiegelbeeld, maar ook onze kennis, onze waarneming en interpretatie van de werkelijkheid vertroebeld is. Misschien denken we wel, dat we alles zuiver zien, maar ons inzicht is maar beperkt. En dat geldt ook voor onze zelfkennis! Een ‘wazige spiegel’ roept het beeld op van een beslagen of verweerd spiegelglas. Maar een andere Bijbeltekst geeft ons wat meer inzicht in hetgeen hier bedoeld wordt: “kun jij dan als Hij de hemelkoepel uithameren, die zo hard is als een gegoten spiegel?“ (Job 37:18)
In de oudheid had men nog niet de beschikking over glas, dus kon men zich alleen goed spiegelen in wateroppervlakten. De spiegels van de vrouwen van Israël waren gemaakt van gesmolten bron, dat gegoten, gehamerd en gepolijst werd. Maar hoe vakbekwaam deze spiegels ook gemaakt waren, het getoonde spiegelbeeld was altijd een stuk donkerder dan de werkelijkheid. Met die achtergrondkennis begrijpen we ook beter wat met de ‘wazige spiegel’ uit Korintiërs 13 bedoeld wordt: een onvolkomen weergave en onvolledig begrip van de werkelijkheid.

In het eerste hoofdstuk van Jakobus vind je ook een spiegel waar je – zoals ik ook gedaan heb – eens (zelf)kritisch in kunt kijken: “Vergis u niet: alleen horen is niet genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen. Want wie de boodschap hoort maar er niets mee doet, is net als iemand die het gezicht waarmee hij is geboren in de spiegel bekijkt: hij ziet zichzelf, maar zodra hij wegloopt is hij vergeten hoe hij eruitzag. Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel, juist om wat hij doet. “ (Jakobus 1:22-25 )

Een blik in de spiegel kan heel confronterend zijn. We zien onvolkomenheden en – wat anderen ook over ons zeggen – het valt niet mee tevreden te zijn met ons spiegelbeeld. Gods woord is ook als een spiegel, die ons laat zien hoe we werkelijk zijn. Misschien is het wel een spiegel, die je liever ongebruikt laat liggen, omdat je die werkelijkheid niet onder ogen wilt komen.
Nu zien wij nog door nevelen. (1 Korintiërs 13) “10 Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. 11 Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. 12 Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. 13 Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.”
Vrijdagmorgen. Een koude en mistige morgen. Het zit helemaal dicht, de wereld. Een fijne mist over alles heen en glad… pas op……. En dan de zon die opkomt. Aan de linkerkant… Bij de geploegde akker op de hoofdweg, net voor het pad zie je opeens een wolk van mist… ze stijgt op… wat gek?! Is het een verschijning? Is het de Heilige Geest? Is het de jakobsladder? Een witte kolom stijgt op en buigt af… Een witte regenboog tekent zich af in de mist… Zo moeten de voorvaderen zich gevoeld hebben bij onbekende natuurverschijnselen. En natuurlijk lees ik later op Wikipedia, dat het een mistboog heet. Een witte regenboog, omdat mistdruppels niet groot genoeg zijn het licht in het hele prisma te laten breken.

Maar ja, het geheim waarom je, daar en dan, deze verschijning ziet, is niet minder mysterieus, laten we in de verwondering blijven. Het is een bijzondere ervaring. Zo is er een afbeelding van de wandelaar bij de nevelzee. Deze afbeelding gebruikt creatief therapeute Astrid van Zelst bij mensen, die dementerend zijn, om samen te praten over ervaringen. Wat zie je op dit schilderij? En die vraag stel ik ook aan jullie: “Wie zie je? Wat denk je dat deze figuur ziet, denkt, hoort, voelt, waarom is hij daar?” Ik zag hem ook in het boek van Ian Bostridge over de Winterreise van Schubert, als schets van een tijdsgewricht, waarin de verzen zijn gedicht voor deze beroemde liederencyclus. Een romantische figuur staat op deze berg en overziet een nevelzee.

Nee, een beslagen spiegel… maar ja, wat is het verschil? Vaak is ons levenspad gehuld in mist. En we zien de ander vaak ook niet helder. We doorzien soms niet de ware kern, het licht, wie de ander ten diepste is of wat die bedoeld te zeggen. Ons leven is als deze wandelaar, die deze bergweg opging, door een mistig dal. Maar nu staat de figuur hier boven de grens van de nevel In het licht en overziet zijn weg achter zich. Achteraf doorzien we sommige dingen soms beter. Dan vallen stukjes op zijn plek. Meer nog, zou je denken, zou je het leven begrijpen, als je in het licht van God mag staan, ooit, om volledig te kennen, te begrijpen. Bij afscheidsdiensten zien we vaak een mensenleven even oplichten in het licht van God, omdat je een soort voleinding ziet en een glimp van het geheel van dit mensenleven. Hoe meer nog, in het licht van God, zou je het leven uiteindelijk dan begrijpen.

Soms zie je achter de dagelijkse realiteit van het leven, een andere, diepere dimensie, vermoed je een andere betekenis… Is het maar schijn, willen wij mensen graag een voorbestemd zijn in het leven zien? Of komen we mensen op onze weg tegen met een diepere bedoeling? Of krijg je dat gevoel, juist omdat je mensen soms dieper leert kennen en een relatie op een ander niveau komt? “Het moest zo zijn”, zeg je dan. Je leven mystificeert dan, of andersom, je mystificeert het leven dan.
Zo kom je op de grote vragen rondom geloof. Als je gelooft in het meer… in God of hoe je deze hogere dimensie ook wilt beschrijven… leg je dan een soort mist om je denken heen? Verdwaal je dan in een realiteit, die niet bestaat? Sommige mensen zullen het zo zeggen, mensen die niet ‘geloven’. Maar je kunt ook zeggen, misschien is er meer tussen hemel en aarde. Een soort mist, een fijnstoffelijke realiteit?
Zoals voor de mensen op de berg (Matteüs 17:1-5). Toen er een mist hen omhulde, was God daarin aanwezig. En de stem die zegt: “Dit is mijn geliefde Zoon, … luister naar Hem…”. Jezus, die zonet nog, in gebed, een soort diepe stralende glans om zich heen krijgt, Hij wordt helemaal wit. Soms zie je mensen oplichten, alsof een diep innerlijk licht door hen heen straalt… in momenten van diep geluk, of bij het spreken van diepe innerlijke overtuigingen, een hoger weten… hoger voelen. Of is het het oog van de liefde, die deze mens aanschouwt… schoonheid in het oog van de toeschouwer?

De liefde maakt alles anders… zoals 1 Korintiërs 13 zegt. Als je je eigen leven vanuit de liefde leeft, zal al je spreken, kijken en denken anders zijn, vervuld van meer licht. Sterker voelen, beter aanvoelen, meer mededogen, het zal liefde en geloof en hoop in zich meedragen. Een licht voor mensen om de weg te vinden.

En u, God, weet hoe nodig we dit hebben in het leven, want we staan niet vaak bovenaan, op de berg en overzien niet vaak ons eigen leven, als stonden we op de berg als deze wandelaar om ons leven en streven te overzien, boven de mist. Het is uiteindelijk de LIEFDE in hoofdletters, de zichzelf wegschenkende liefde, zonder oordeel en zonder eigen belang, die ons in het leven tot leidraad mag zijn en ons de diepere betekenis van mensen om ons heen laat ontdekken en leven. Die ons de wezenlijke diepte laat zien, in het leven en geloven en het sterven van Jezus. En straks met Pasen de volle betekenis laat begrijpen van dit alles, als met Gods antwoord nieuw inzicht over dit alles schijnt. Zo leven wij vanuit uw licht, vertrouwend en hopend en soms komt het antwoord, als stonden we nu al in dit heldere weten: U alles in allen.
Amen.

I.Ras

Comments are closed.