Woord van de week 19/26-02-2017

Marta en Maria                                                Lucas 10:38-42

Kerngedachte: Jezus te ontvangen als de door God gezonden Messias, is zeer belangrijk voor een christen. Soms werd Jezus ontvangen in een huis, zoals bij Marta en Maria, waarbij Marta Hem ontving met gastvrijheid en Maria Hem ontving in geloof. De mensen oordeelden erover wie Jezus niet zou mogen bezoeken, maar dat veranderde bij het bezoek aan Zacheüs (Lucas 19:1-10). Jeruzalem ontving Hem juichend, maar Jezus huilde over de stad (Lucas 19:41-42: “Toen Hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon Hij te huilen over het lot van de stad. Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu.’”).

Als we de korte levensreis van Jezus overzien, valt ons vooral de ontmoeting met Marta en Maria in Betanië op. Mara spreekt Christus aan; geen dagelijkse gebeurtenis! Zij neemt Hem en zijn jongeren in haar huis op. Het vanzelfsprekende van die uitnodiging verbaast ons. Waarom doet Marta dit? Kende zij Jezus en had zij reeds van Hem gehoord?

Marta ontving Jezus gastvrij in haar huis. Dat is voor de familie in dit huis een geweldige ervaring met Jezus, met veel belangrijke gevolgen. Zijn nabijheid werd intens gevoeld. Wie Hem in deze tijd eveneens in zijn “huis” ( leven) uitnodigt, krijgt dezelfde ervaring. Zijn woord: “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.”, geldt ook voor ons (Matteüs 28:20). Alleen door het geloof is zoiets mogelijk. Hij, de Zoon van God ontvangen, geeft zin aan ons leven en beantwoordt vele vragen.

En dan is er nog haar zuster Maria. Zij ervaart hoe Jezus de traditionele opvattingen doorbreekt. Daar zat zij als vrouw in de kring van de jongeren, die naar Hem luisterden. Wat zullen zij gedacht hebben? Hoe vonden zij dat? Dat was in die tijd immers niet gebruikelijk. Jezus geeft tekenen die eerst (door de leerlingen) verwerkt moeten worden. Marta vond dat ook niet juist. Zij diende, maar luisterde kennelijk niet, of met een half oor.

Wie Jezus horen en beleven wil, zou toch vertrouwde gewoontes in zijn leven moeten overdenken. Tradities en dogmatische overtuigingen vormen vaak een belemmering om de weg tot Jezus en zijn evangelie te vinden. Er moet soms een radicale omkeer plaatsvinden. Betanië wijst ons deze mogelijkheid, maar de mens moet de moed hebben met achterhaalde en vastgeroeste tradities te breken.

Het is Jezus niet ontgaan, dat Marta veel werk verricht bij het bedienen van haar gasten. “Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk.”, zo luidt de uitspraak van Jezus. Zorgen veroorzaken onrust, ook in ons leven. Door al te grote bedrijvigheid moeten sommige mensen zelfs in therapie gaan. Zorgen en onrust zijn een spiegelbeeld van onze tijd. Ook van ons eigen leven?

Als we tot rust komen, zullen we het antwoord vinden. Jezus maakt duidelijk, dat we de tijd moeten nemen om te luisteren. Het is goed af en toe eens even niets te doen en je te ontspannen. Vrij vertaald zegt Jezus: “Heden als jullie mijn stem horen, zet je dan aan mijn voeten en leg je dagelijkse zorgen en afmattende moeiten eens naast je neer. Kom, ontspan je, jullie zullen leven.” Laten we evenals Maria het goede deel kiezen. Hoe kunnen wij in Christus geworteld zijn, als we het niet kunnen opbrengen naar Hem te luisteren? Het is nodig rustig te zijn voor we actief worden. Wij worden uitgenodigd onze verhouding tot Christus, evenals Maria, te overdenken.

De schaduw des doods ligt over het huis van Maria en Marta, want hun broer Lazarus is gestorven. In Johannes 11:1-45 wordt daarvan verslag gedaan. Het geloof in de nabijheid van Christus sluit de dood en het lijden niet uit. Vaak gaat onze hoop in een richting, waarin hij niet vervuld kan worden.

Toen Lazarus gestorven was, ging Jezus er met zijn jongeren heen. Marta zei, toen Hij daar aankwam: “Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn.” Zo’n uitspraak is begrijpelijk, want Christus, die alle macht gegeven is in de hemel en op aarde, zou zo’n beproeving zeker kunnen verhinderen.

Hebben wij ook niet zulke situaties beleefd waarin wij wensten dat Jezus aanwezig was, Hij die de storm stilt, die het brood breekt, de mensen spijzigt, die de natuurlijke gebreken geneest en doden opwekt? “Dicht bij Jezus”, dat is toch wat wij ervaren en beleven willen? In Betanië wordt dat beleefd. De Heer over leven en dood spreekt: ”Lazarus, kom naar buiten!” Als wij zo’n woord horen, begrijpen wij, dat wij ons uit de duisternis (van de geestelijke dood) naar het licht moeten begeven, dat wij moeten opstaan en het leven met al zijn hoogten en diepten tegemoet moeten treden. Ga je weg rechtop, want Jezus, de Redder, is er! Vanuit de diepte hebben wij de Heer aangeroepen en Hij heeft ons weer tot het licht gebracht.

Zes dagen voor het paasfeest is Jezus voor de laatste maal nog eens in Betanië. Voor zijn laatste gang naar de uiteindelijke kruisdood, wilde Hij nog krachten opdoen in een sfeer van liefde en geborgenheid, wetend dat het de laatste keer zou zijn. Hij was op weg naar Jeruzalem, waar men Hem zal doden. Dat is voor Hem een vaststaand feit. De hogepriester Kajafas zei tegen het volk: ”Besef toch, dat het in jullie eigen belang is dat één man sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat.” ( Johannes 11:50 ) Dit is de logica van de nuttigheid. Alles moet nut opleveren, dat was toen zo en dat is nu nog het geval.

Het eten is bereid. Jezus moet nu afscheid nemen. Of de aanwezigen dit beseffen? Neen, het schijnt net zo te zijn als anders, behalve het feit dat Maria zijn voeten zalft. Een zalving geschiedde meestal aan het hoofd, maar hier geschiedt dat aan de voeten. De gebruikte olie was zeer waardevol; het was dus een uiting van liefde en dankbaarheid. Christus had immers grote dingen aan haar en anderen gedaan.

Wie Christus net zo ervaren heeft als zij, die in Betanië waren, kan zeggen: “Heer, al het mijne bied ik u aan.” Zo iemand kan slechts uitermate dankbaar zijn. Hij (zij) is van de dood in het leven geplaatst. Het is dan ook niet moeilijk onze Redder te eren. Dankbaarheid en overgave geschieden uit liefde, zonder dwang of dogmatische druk.

Laat ook ons huis een Betanië zijn, een huis waar de Heer is aangekomen en opgenomen, waar de leden leerlingen, volgelingen van Hem zijn of worden. Dan is zo’n huis een aan Hem gewijde plaats.

W. Weise

Comments are closed.