Woord van de week 02-04-2017 (5eZondag in de 40 dagentijd)

De hoop om te mogen delen in Gods luister.                                      Romeinen 5:1-5

Kerngedachte: Onze hoop op de toekomst bepaalt, hoe wij ons leven vandaag de dag leven.

Heb ik hoop nodig om te kunnen leven? Zonder eten en drinken zal je niet lang leven, dat staat vast en dat weten wij. Maar kun je leven zonder hoop? Is een uitzichtloos leven vol te houden? Betekent het, als je geen hoop hebt, dat je geen uitzicht hebt op de toekomst?
Paulus spreekt over de gezamenlijke hoop van alle gemeenteleden op de heerlijkheid van God. Paulus gaat in dezelfde stijl verder. Wij, wij, wij… in de gemeente van Christus is niet langer sprake van Joden en niet-Joden, maar allen delen hetzelfde: verleden, heden en toekomst.

Laatst las ik het volgende verhaal:
Een oude Indiaan zat met zijn kleinzoon bij een kampvuur. Het was al donker, het vuur knisperde, terwijl de vlammen hemelwaarts stegen. Na een tijdje te hebben gezwegen sprak de oude man: “Weet je hoe ik mij soms voel? Het is alsof er twee wolven in mijn hart aan het vechten zijn. De ene is wraakzuchtig, agressief en meedogenloos. De andere daarentegen is liefdevol, zacht en meelevend”. “Wie zal de strijd om je hart winnen?” vroeg de jongen. “De wolf, die ik te eten geef“ antwoordde de oude man.

De vraag, die zich hier voordoet, is niet alleen wie van de twee ik te eten geef, maar ook wat. Vers 5 van ons Bijbelwoord geeft het antwoord: De hoop, die in ons kan worden geplant, onze uitverkiezing door God en de liefde, die Hij in ons hart uitgiet (voor zover wij dat toelaten) door de Heilige Geest.

Onze hoop kan verschillende gezichten hebben. We hopen misschien succesvol te zijn en niet te falen. We hopen gezond te blijven, onze partner niet te verliezen, niet alleen te hoeven zijn. We hopen de angst te overwinnen. Ja, we hopen, dat oorlog en allerlei soorten bedreiging uit de weg geruimd worden. Al deze soorten hoop hebben uiteindelijk “alleen“ met ons leven te maken. Maar is dat de hoop, waarvan de Heilige Schrift bijvoorbeeld in de brief aan de Romeinen 5:1-5 spreekt?

Daar ligt een beslissend punt: de Heilige Schrift maakt de hoop tot een element van het geloof en brengt haar in verband met God. Hoop is er slechts met het oog op de heerlijkheid van God en zij ontwikkelt zich door verdrukking, volharding en beproefd zijn.

In Efeziërs 1:12 lezen wij, waarmee hoop begint. Een christen stelt zijn hoop in Christus. In Efeziërs
1:18 begint Paulus te bidden voor de mensen van Efeze. Hij zegt het volgende: “Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen.” Bijzonder dat Paulus dit nu bidt. In Efeziërs 1:12 had hij immers al gezegd, dat wij geen christen kunnen zijn, als wij onze hoop niet op Christus vestigen. De Efeziërs deden dit dus toch al? Vanwaar dan nog dit gebed? Paulus zegt, dat hij niets liever wil dan dat wij onze diepste ik verbonden weten met de hoop, die wij op Christus hebben gericht. Wij moeten er helemaal in opgaan. Het is niet genoeg met ons verstand te weten, waar wij onze hoop op hebben gevestigd. Het moet ons hart ten diepste raken. Zo belangrijk is het.
Het woord ‘hoop’ zoals wij het uit de vertaling kennen, vertaalt eigenlijk nooit precies waar het in de oorspronkelijke tekst om gaat. Stel dat ik aan iemand vraag, of hij zeker weet dat iets gaat gebeuren. Hij kan dan antwoorden met: “Nee, ik weet het niet zeker, maar ik hoop het wel.” Hoop betekent in deze context juist een gevoel van onzekerheid. Je bent niet zeker, maar je hoopt het wel. En dit is precies het tegenovergestelde van de hoop waar de Bijbel over spreekt. Laat je dus niet misleiden door wat wij onder hoop verstaan. Dit is wat de Bijbel over hoop zegt: “Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.” (Hebreeën 11:1)
Bijbelse hoop is een levens veranderde zekerheid over wat er in de toekomst gaat gebeuren. Hoe kunnen wij deze hoop krijgen? Efeziërs 2:13 geeft het antwoord: door het Evangelie te kennen. In Efeziërs 2:12 zegt Paulus tegen de heidenen: “bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God.”
Hopen maakt je open voor iets anders, iets beters, een nieuwe tijd. Hopen maakt je open voor de toekomst. Jesaja heeft het over een “nieuwe hemel en een nieuwe aarde” en het “nieuwe Jeruzalem” door God geschapen. Jesaja is zo vrij ook nog te zeggen: dat wat vroeger was, mag op een gegeven moment zelfs losgelaten en vergeten worden. Jezus heeft het graag over “het koninkrijk van God”. Dat is Gods nieuwe wereld, die de beste rechtsstaat en het meest democratische koninkrijk overtreft. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde – en het koninkrijk van God verwachten, dat betekent niet stilletjes afwachten. Maar hoop en verwachting doet onze handen jeuken en zet ons aan het werk. Want de hoop op Gods nieuwe, betere wereld maakt – als we open genoeg daarvoor zijn – de beste krachten en de creatiefste gedachten in ons vrij en schenkt ons nieuwe vreugde en vertrouwen.

Leven uit de hoop is niet iets van sterke individuen alleen. De weg naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, de weg van Gods koninkrijk kun je en hoef je niet alleen te gaan, maar samen. Jesaja richt zijn woorden van hoop aan zijn volk in ballingschap.
Jezus spreekt tot een groep van volgelingen: “Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken. ….. Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten……” (Lucas 12:32, 35-36)
Elkaar scherp houden, met elkaar hoop delen. Misschien is de gemeente van Christus zo’n kleine kudde, een groep mensen die geroepen is dat visioen van de nieuwe wereld te koesteren, levend te houden in de wereld en door te geven aan anderen.

En hoe doen we dat in onze tijd? – Hoe kunnen we ruimte geven aan God in onze wereld van nu? Hoe kunnen we als geloofsgemeenschap beginnen samen te leven vanuit hoop en vertrouwen?
1. Leven vanuit de hoop is zoeken naar diepgang en zo de oppervlakkigheid weerstaan. Jezus zegt het zo: “Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.” (Lucas 12:34). – De vraag is dus: Wat is echt belangrijk? Wat is hoofdzaak en wat zijn bijzaken – in ons leven – met elkaar?
2. Leven vanuit de hoop is kritisch blijven en als het moet tegendraads handelen. Misschien moeten wij weer wat meer gewoon Christus durven navolgen. Niet alleen bezig zijn met de verzekering van de eigen toekomst, maar weloverwogen risico’s durven nemen, die ten goede komen aan anderen.
3. Leven vanuit de hoop is bewust vrede en verzoening uitdragen. En als we als gemeenten daarmee binnen onze eigen kring beginnen, zijn we geloofwaardig, als we bidden en ons inzetten voor vrede buiten, in onze plaats en in de wereld.

Terug naar de vraag, die we ons aan het begin gesteld hebben: Om te kunnen leven – heb ik daarvoor eigenlijk hoop nodig? Ik geloof dat we kunnen antwoorden: Jazeker, hopen maakt ons open voor de toekomst met elkaar, met anderen, met God. Hopen is broodnodig om te leven.

I. Ras Naar een preek van Tim Keller

Comments are closed.