Wie niet met Mij is, is tegen Mij,
en wie niet met Mij samenbrengt, drijft uiteen.                                 
 Lucas 11:14-23

Kerngedachte: De strijd voor Gods heerschappij en tegen de boze met zijn machten staat geen neutraliteit toe. Het komt slechts aan op de “levensbekentenis” tot Christus.

De strijd tegen de boze geest (Grieks: daimon) wordt ook in Matteüs 12:22-30 en Marcus 3:22-27 beschreven en behoorde tot de werken van Jezus en ook van zijn discipelen (Lucas 10:17: de terugkeer van de 72:” De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’”).

Duiveluitdrijvingen golden als bijkomende verschijnselen van de komende Messias. Er wordt niet betwijfeld, dat Jezus boze geesten uitdrijft, maar of Hij de volmacht heeft dit als bode van God te doen. Daarom vermeldt Matteüs 12:23 het versteld staan van het volk en de vraag: “Zou Hij de Zoon van David zijn?” De gebeurtenis daagt uit tot een standpunt: Is Hij het of is Hij het niet?

Als antwoord worden ons drie verschillende mogelijkheden genoemd:

  1. De mensen staan verbaasd, verwonderden zich (Lucas 11:14). Verbaasd staan wil nog niet zeggen geloven! Geloven betekent zich onder de heerschappij van Jezus stellen.
  2. Sommigen ontwijken de uitdaging van Jezus om in Hem te geloven. Zij veronderstellen, dat Hij de boze geest dankzij Beëlzebul uitdrijft (Lucas 11:15; “Beëlzebul” is de naam van een demonenkoning; Jezus gebruikte hem als synoniem voor “satan”).
  3. Anderen willen eerst eens bewijzen zien, “een teken uit de hemel” (Lucas 11:16).

Jezus kent de gedachten van de mensen en geeft een logische verklaring: “Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest…” (Lucas 11:17). Jesaja 19:2, waarin staat: “Ik zal de Egyptenaren tegen elkaar ophitsen: ze raken onderling in gevecht, man tegen man, vriend tegen vriend, stad tegen stad, rijk tegen rijk.”, was de Joden bekend als beeld van het dreigende oordeel.

In Jezus zijn als Jood het gedachtegoed en de kennis van de Heilige Schrift en van de tradities van zijn volk diep geworteld. Daarom gebruikt Hij ook de verwijzing naar een kracht, die van God komt. Een verwijzing naar de geschiedenis van Mozes, die door de werken van de levende God de Egyptische magiërs de baas was. Jezus daagt de mensen uit, als Hij zegt: “Maar als Ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.” (Lucas 11:20)

In Lucas 11:21 en 22 maakt Jezus duidelijk, hoe Hij als de sterkere handelt. Als de overwinnaar neemt Hij de vermeende sterke man de wapenrusting af en verdeelt zijn buit. Een wonderbaarlijk beeld voor het werk van Jezus, zijn overwinning aan het kruis. Hier ontrukt Hij de duivel zijn buit en maakt het voor een ieder mogelijk de weg terug te vinden naar het huis van de Vader.

Jezus daagt uit tot de duidelijke keus Hem als overwinnaar van de satan te vertrouwen (Lucas 11:23). Met Hem is het koninkrijk van God gekomen en het wordt steeds groter, totdat Jezus het eenmaal zichtbaar zal laten aanbreken (voor allen als Rechter van de levenden en de doden).

Neutraliteit bestaat niet. “Niemand kan waarlijk Christus zien, tenzij hij Hem navolgt met het leven.” (Hans Denk, een Duitse theoloog, die leefde in het begin van de 16e eeuw).

G. Loose

Comments are closed.