Oogstdankdag
Nomen est omen                                                                                    
Jesaja 58:7-12

Kerngedachte: Het Bijbelwoord van vandaag houdt zich oorspronkelijk bezig met het “vasten” en geeft ons een nieuwe kijk op dit thema. Vasten moet niet als afstand doen gezien worden, maar als delen en schenken. Waar het woord “vasten” staat, zou ik het woord “danken” willen plaatsen en ons een nieuwe kijk op het thema “danken” willen geven. Dankbaar zijn voor wat men schenken kon. Dankbaar zijn voor wat we voor onze naasten konden doen. Het is tijd voor het vieren van een oogstdankdag, waarop we niet meer uitsluitend ons eigen “gebak” eten, maar dit ook weggeven.

Van de schrijver: Bij deze weekbrief heb ik bewust gekozen voor een schrijfwijze, waarbij overwegend met steekwoorden wordt volstaan. Het gaat mij er in eerste plaats om een gestructureerde ondersteuning voor de voorbereiding op de prediking en de dienst op oogstdankdag ter beschikking te stellen.

Inleiding

“Nomen est omen” oftewel “Zeg me hoe je heet en ik zeg je wie je bent.”

In de geschiedenis komen namen voor, die min of meer bekend zijn:
–           Alexander de Grote
–           Iwan de Verschrikkelijke
–           Karel de Kale

Ook de Bijbel kent deze manier van naamgeving, waarbij een bijzondere gebeurtenis, een bijzondere gave met de naam van een persoon wordt geassocieerd, bijvoorbeeld de zonen van Mozes: Gersom en Eliëzer  (Exodus 18:2-5) en Johannes de Doper.

Tegenwoordig vindt men in onze streken deze manier van naamgeving nauwelijks meer. Hoogstens krijgt men tijdens zijn leven een zogenaamde bijnaam, die een of andere eigenschap of eigenaardigheid van iemand benadrukt. Spontaan schiet me een kennis uit het verleden te binnen, die de bijnaam “Story” had, omdat hij altijd een of ander verhaal (stories dus) vertelde.

Ook ons Bijbelwoord eindigt met een zeldzame naamtoevoeging: “Dan zal men je noemen ‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’. “

Welke bijnamen hebben wij?
–           Willie, die het niet hebben kan als twee mensen ruzie hebben
–           Erwin, die zijn laatste hemd weg zou geven
–           Anja, die altijd een goed woord voor je heeft
–           Herman, die op alles en iedereen wat aan te merken heeft.
–           …………….

De naamgeving kan aan het einde van de preek weer opgepakt worden en zo bij wijze van spreken een “nietje” in de preek vormen en de preek daardoor afronden.

Over het vasten en het danken

Op het eerste gezicht gaat het Bijbelwoord van vandaag niet over het danken en niet over het danken voor de oogst, maar over het vasten. En zelfs het thema “vasten” wordt hier in Jesaja van een bijzondere kant belicht.
–           Delen in plaats van afstand doen
–           Winnen in plaats van afnemen
–           Oriëntering op de naaste en op God in plaats van op onszelf.

Dit zijn de motieven, die de verzen 7-12 uit Jesaja 58 aan ons overbrengen.

Misschien kunnen we in het Bijbelwoord het woord “vasten” vervangen door “danken”. Dan luidt het tekstgedeelte vanaf Jesaja 58:6 als volgt:

“Is dit niet het danken dat Ik verkies:….”

En net als het eigenlijke thema “vasten” zou het danken een bijzonder karakter krijgen.
–           Danken voor dat wat men kon weggeven en niet voor wat men zelf heeft gekregen.
–           Danken niet met woorden maar met daden.

Uitgaand van het principe, dat God mij voldoende verzorgt, is het voor mij gemakkelijk, dat wat ik heb weg te geven.  Uitgaand van het principe, dat ik mijn levensonderhoud zelf verdienen moet, vind ik het moeilijk dat “weinige” ook nog te delen; in het bijzonder met diegenen, die in mijn ogen opvallend weinig tot niets ondernemen om zichzelf te onderhouden.

Overigens: bij de spijziging van de 5000 draagt Jezus zijn discipelen op: “…… geven jullie hun maar te eten.’ ” (Matteüs 14:16)

Als gevolg hiervan betekent dit, dat mijn gebrekkige vermogen om
–           te geven
–           royaal te zijn
–           rustig te blijven
–           ……………..

rechtstreeks samenhangt met mijn twijfel, of God mij wel verzorgt.

Daar, waar het al niet een goede gewoonte is geworden, zou het misschien eens tijd worden de oogstdankdag zo vorm te geven, dat in het bijzonder diegenen, die niet tot de gemeente behoren, daar iets aan hebben.

Danken blijft niet zonder effect

God verbindt aan het opvolgen van zijn geboden een fantastische belofte. Of wij ons laten meeslepen dat eens uit te proberen?

Dan …, zo laat God zijn profeet verkondigen:
–           Dan –  als je je brood deelt met de hongerige.
–           Dan – als je onderdak biedt aan iemand, die geen dak boven zijn hoofd heeft.
–           Dan – als je iemand kleedt, die naakt rondloopt.
–           Dan – als je je niet onttrekt aan de verantwoordelijkheid, die je in je familie hebt

Dan… ja?  Wat dan?
Dan – zal je licht doorbreken als de dageraad                                  geen miezerig lichtje
Dan – zal je herstel voorspoedig zijn                                                 geen troostpleister meer
Dan – zal de gerechtigheid voor je uitgaan                                       geen schijn meer
Dan – zal de majesteit van de Heer je achterhoede vormen          met volle rugdekking
Dan – zal de Heer je voortdurend leiden                                           persoonlijke gids naar de heerlijkheid
Dan – zal de Heer je verkwikken in dorre streken                           steeds een oase in de broekzak
Dan – zal je zijn als een goed bevloeide tuin                                    het hele jaar prachtig zijn
Dan – zal je zijn als een bron, waarvan het water nooit                   leven geven
opdroogt
Dan – zal je opbouwen wat eeuwenlang verwoest lag                     nieuw leven over het graf
Dan – zal je fundamenten herstellen, die vroeger zijn gelegd         het vuur aansteken i.p.v. de as te hoeden.

Eigenlijk leek mij deze opsomming te lang, niet geschikt voor deze weekbrief en mijn aanvullingen te pathetisch, tot ik er me bewust van werd hoe geweldig deze belofte van God is en dat ik al weer op het punt stond God onbeduidend te maken.

Nee, zo niet! God bezuinigt niet op ons, Hij houdt niets achter, Hij scheept ons niet af met resten, maar geeft ons de hele volheid van zijn liefde.

En dan krijg je een nieuwe naam: “Degene, die gaten dichtmaakt en wegen verbetert, opdat men er zou kunnen wonen.” Bepaald een ongewone naam, tamelijk lang en als roepnaam niet geschikt. Maar veel beter dan “Story”.

Hoe zal men u en mij noemen? Welke bijnaam zullen wij bij God dragen?

H. Dahmen

Comments are closed.