Woord van de week 14-05-2017

Genezingen van Jezus                                                                 Matteüs 21:14-17, 22

Kerngedachte: Het gebed als voorwaarde om ook vandaag nog het wonder van de genezing te ervaren.

Het Bijbelwoord voor vandaag begint eigenlijk met een bekende situatie en zo, als inleiding, leest men er eigenlijk snel overheen, vind ik. In het Duitse “Commentaar op de Bijbel” staat, dat dit de laatste genezing was en dan daarna de interessante zin, dat niemand Hem daar meer om gevraagd heeft. Hoe staat het er met ons voor? Vragen wij om genezing?
Het staat er zo eenvoudig, maar als ik lam of blind ben, ga ik niet zo gemakkelijk naar iemand toe. Zonder hulp gaat dat toch heel moeizaam. Maar omdat het de enige hoop was voor deze mensen in nood, is het hun gelukt bij Jezus te komen – en Hij genas hen! Een zin, die een heel mensenleven verandert; ook nu nog!
Aan de ene kant kennen we misschien de situatie, dat we denken, dat we toch veel te zwak, veel te klein en veel te kleingelovig zijn om Christus ook maar iets met ons te kunnen laten beginnen!? Aan de andere kant duiken (bijvoorbeeld op een gemeenteavond) steeds weer de vragen op, wat wij kunnen doen, hoe wij de juiste weg vinden…?!
Helaas denken we vaak nog steeds, dat we de eeuwigheid met onze werken zouden kunnen verdienen of dat we een paar karaktertrekken zouden moeten veranderen om werkelijk met Christus te leven. Dat is niet helemaal fout, maar toch een klein beetje. Als ik mijn leven aan Christus geef, verandert Hij mijn wezen en mijn daden. Dat betekent dus hier in dit beeld: zonder enige prestatie vooraf ga ik tot Hem, gewoon zoals ik ben. Zoals in een lied uit de Duitse bundel staat: “Hier kom ik bij U met lege handen. Heer, vervul mij geheel met uw Geest.”

En sterker nog, onze gebreken brengen we mee. De genezing, die wij ervaren, kan bijvoorbeeld zijn dat wij ook ‘lam’ waren en weer kunnen lopen. We draaien toch vaak in een kringetje rond, verspillen energie en komen niet vooruit. Christus geneest ons, zodat we weer rechtuit kunnen gaan. Menigmaal zijn we volkomen uitgeput, omdat we om onszelf heen draaien en Christus maakt ons weer ziende. We zien weer de mensen om ons heen, we hebben weer oog voor de schepping en kunnen weer loven.
We gaan tot Hem. Dat is wat wij moeten doen – en Hij geneest ons. Een verlamde, die weer kan lopen en een blinde, die weer kan zien, die zijn toch werkelijk als nieuw geboren. Wedergeboren in Christus, zulke begrippen jagen ons misschien ook vaak angst aan en als medebroeders en -zusters daarover praten, alsof het vanzelfsprekend is, voelen wij ons nog kleiner.

“Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood?” (Romeinen 6:3)
Werkelijk leven en het leven vanuit dit perspectief zien maakt vrij, maakt het mogelijk mijn leven zo vorm te geven, als  God het voor mij bedoelt. Want zoals Christus eens bij God te zullen zijn, is een doel, dat geen spaarboekje, geen verzekering, geen cosmeticaproduct tegen het ouder worden ons ooit kan garanderen.

Wanneer echter nog steeds de vrees en de onwetendheid veel ruimte in onze gedachten innemen, geeft de Bijbel ons in Romeinen 8 nog deze tekst: “Want als de Geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal Hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent, levend maken door zijn Geest, die in u leeft.” (Romeinen 8:11)
Vrij naar ons Bijbelwoord kunnen wij nu zondermeer ook slechts “Hosanna” roepen. Wanneer deze toekomstgedachte ons toch vaak weer aan het twijfelen brengt, zouden we elkaar er aan kunnen herinneren, dat Gods geest reeds nu in ons wil wonen. Dat is wedergeboorte, dat we reeds nu zo kunnen leven.
Kunnen we ons daarover verbazen als kinderen, of lachen we zelfs vaak iemand uit, die erover spreekt wedergeboren in Christus te zijn?
Durven we daarom zelfs nauwelijks over ons geloof te spreken, omdat we ons zelfs bij onze broeders en zusters in het geloof niet helemaal op ons gemak voelen? Lachen we daarom een beetje over de “heiligen”, in plaats van hun te vragen, waar dit vertrouwen vandaan komt en waarom hun geloof zo kon groeien?!
Christus toont hier zijn wonder voor ons leven. Kind of schriftgeleerde? Kun je je nog verbazen, je verheugen en God loven? Of ben je veel te druk bezig en vindt de lijdenstijd voor jou bijvoorbeeld alleen volgens de kalender plaats? In  Matteüs 21:17 liet Christus hen gewoon staan en ging heen. Dat is de leegte in ons, die we voelen, die we vaak bespeuren, wanneer we onze gedachten teveel de vrije loop laten en zo de goede gedachten van onze Verlosser verdringen. Christus was niet bang voor de dood; Hij maakte zich zorgen over de mens, dat deze zich niet door de oneindige liefde van God – door Hem als mens herkenbaar geworden – mee laat nemen naar zijn hemelse Vader.
Als Christus op aarde voor ons gestreden heeft, heeft Hij ons ook voor het heden in Matteüs 21:22 een nieuwe belofte gedaan. Als het geloof in de eeuwigheid in ons vast gegrondvest is, kunnen we vol vertrouwen zijn. Want de weg daarheen – of hij nu kort of lang is, of we hem rijk of arm, gezond of ziek gaan – zal een begaanbare weg zijn, waarop we in goddelijke zin rijk worden bedeeld. Laten we erom vragen, dat we begrijpen, dat goddelijke maatstaven werkelijk blij en vrij maken. Last, nood, onvrede, zorgen en verder alles wat ons belast, kan ons door gebed afgenomen worden, wanneer we werkelijk  vertrouwen, dat God het kan. In het Duitse “Commentaar op de Bijbel” lezen wij, dat “geloof hebben” o.a. betekent zich met Gods wil verenigen en “in geloof en in Jezus’ naam bidden” betekent in eenheid met God en met groot vertrouwen bidden. De “wortel” van het wonder is dus het gebed.

C. Graf

Comments are closed.