woord van de week 26-03-2017 (4eZondag 40 dagentijd)

Geloof                                                                            Johannes 9: 35-38 en 12: 44-47

Kerngedachte: Blind geboren – met blindheid geslagen – blindheid ontkennend – Jezus, maak mij ziende – geef mij duidelijkheid en geeft mij geloof!

Blind geboren
De blindgeborene is een symbool voor ieder mens en zijn bestaan voor God. Al in Psalmen 14:2-3 wordt vastgesteld: “De HEER kijkt vanuit de hemel naar de mensen om te zien of er één verstandig is, één die God zoekt. Allen zijn afgedwaald, allen ontaard, geen van hen deugt, niet één.“
Verbazingwekkend bij de genezing van de blindgeborene is voor mij, dat deze helemaal niet de wens uit genezen te worden. Hij had zich vast en zeker met zijn lot verzoend. Jezus wil echter, dat de werken van God hem duidelijk worden. Jezus wil laten zien, dat Hij het licht der wereld is. En – de blinde luistert naar Jezus en gaat (naar het badhuis van Siloam), wast zich en – kan weer zien!
Wij hoeven, net als de blinde, (theologisch) niet veel van Jezus te weten. Echter, daar waar Hij ons raakt, wij zijn stem horen, houdt het in, dat wij Hem gehoorzamen, stappen zetten en datgene doen, wat ons innerlijk zegt.

“Wie tot Jezus komt en zich door Hem laat helpen, ziet eindelijk duidelijk.“ (Bibel für heute (Bijbel voor vandaag), Duitsland)

Wanneer wij tot Jezus zijn gekomen, wij het door God gegeven heil hebben aangenomen en in de doop en het avondmaal het wegwissen van schuld belijden en vieren, moet nog een antwoord worden gegeven op de vraag: “Wie is Jezus Christus?”

 

Dat moeten wij voor onszelf en voor de mensen steeds weer met ons hele bestaan opnieuw doen. Jezus zegt het ons zelf in Matteüs 10:32 en Paulus schrijft het in Romeinen 10:9: “Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.“

De blindgeborene is deze belijdenisweg gegaan. Als een profeet bestempelt hij Jezus op de dringende vraag van de Farizeeën (Johannes 9:17) en hij schroeft zijn mening in dit gesprek op tot de woorden: “Als die man niet van God kwam, zou Hij dit toch niet hebben kunnen doen?” (Johannes 9:33) Deze getuigenis heeft  tot gevolg, dat hij uit de synagoge wordt gejaagd.
Maar Jezus wil bij een tweede ontmoeting de genezene nog verder op weg helpen, doordat Hij vraagt: “Gelooft u in de Mensenzoon?” (Johannes 9:35) Iedere Jood wist dat volgens Daniël 7:13 met de Mensenzoon de Christus, de Messias, werd bedoeld. Deze openbaring van Jezus zelf bracht de blindgeborene tot het belijden van zijn geloof en tot de verering van Jezus (Johannes 9:38).

Met blindheid geslagen
De Bijbel kent het begrip “met blindheid geslagen“. Als God zoiets doet, zou dat een alibi kunnen zijn voor het blijven in de “duisternis“?!

Drie Bijbelteksten gebruiken deze woorden:
·        In Genesis 19:9-11 wordt Lot gered, omdat de mensen, groot en klein, met blindheid worden geslagen en daardoor de deur niet vonden, waarachter Lot werd verborgen;
·        De soldaten van de koning van Aram werden door God met blindheid geslagen, toen zij Elisa in Dotan wilden grijpen en daartoe deze stad met een groot leger hadden omsingeld. Elisa kon hen zo naar Samaria leiden, waar zij door het leger van de koning van Israël hadden kunnen worden verslagen (2 Koningen 6:8-23). Hier laat zich het handelen van God zien ter verduidelijking van zijn grootheid en macht, opdat Hem alleen eer ten deel valt;
·        Er is echter ook de verblinding, die Paulus in 2 Korintiërs 4:3-4 als volgt beschrijft: “Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen, die verloren gaan: de ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien, de luister van Christus, die het beeld van God is.” De duivel wil met alle middelen verhinderen, dat de mensen Jezus Christus als de Zoon van God herkennen.

De uitspraak van Jezus is ondubbelzinnig: “Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden.” (Johannes 9:39) “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.” (Matteüs 5:17)

Blindheid ontkennen
“Maar u beweert dat u kunt zien, en dus blijft uw zonde.” (Johannes 9:41) Dat zegt Jezus tegen de Farizeeën. Dat zegt Hij tegen de “gelovigste“ mensen toentertijd. Tot degenen, die voor het volk Israël letten op het juiste geloof.

Kan het zo zijn, dat deze woorden van Jezus ook tegen ons zijn gezegd? Zijn wij er (te) zeker van ziende te zijn en zoeken wij daarom niet meer naar onze blindheid?

“Als wij van de Heilige Schrift als basiskennis uitgaan, laat deze ons de wil van God zien. En het woord van God is steeds tweeledig werkzaam als wet en evangelie – richting gevend en reddend, loon en straf, zegen en vloek. Het  veroorzaakt echter ook begrip en verstoktheid, afhankelijk van de aarde, waarin het valt.“ (Geen ander evangelie, informatiebrief juli 2009, Duitsland)

Er is een lied van Jakob Hoff, getiteld  “Dagelijks gebed“, waarin (vrij vertaald) staat:  “Geef mij duidelijkheid, o Heer, die mis ik zo, opdat ik uw woord goed kan begrijpen, opdat alleen uw wil geschiedt! Dit vraag ik van U, o Heer, geef mij dat!“

Als het woord van God bij ons in goede aarde is gevallen, is en blijft onze vraag: “Heer Jezus, maak ons ziende, want wij zijn blind geboren, vaak door de duivel met blindheid geslagen en verkeren in het gevaar dat te ontkennen“.

G. Loose

Comments are closed.