245

Terug naar zangbundel
Terug naar bij bijzondere gelegenheden
Terug naar gedachtenis der ontslapenen

Hoe zal ’t ons zijn?

Hoe zal ’t ons zijn? Als eind’lijk na de zware,
doch ook de laatste uitgestreden strijd
de stonde komt, dat wij de stad ontwaren,
en ingaan in de poort der eeuwigheid?
Als dan het laatste stof van onze voeten,
het laatste zweet van ’t voorhoofd is gewist,
wij van nabij aanschouwen en begroeten,
dat, wat zo vaak de moed ons heeft verfrist.

Hoe zal ’t ons zijn? Als aan die zaal’ge plaatsen
slechts liefd’ en blijdschap allen samenbindt;
als alle zielen ’t Godd’lijk licht weerkaatsen,
en elk getuigt: voor eeuwig nu Gods kind!
Daar, waar geen zonde dan de ziel meer kluistert,
de tijd niet meer met scherpe tanden knaagt;
daar, waar het licht der ogen niet verduistert,
geen leed, geen smart, geen dood de zaal’gen plaagt.

Hoe zal ’t ons zijn? Als eens ons oog mag schouwen
de heerlijkheid, ons door de Zoon verkond,
als wij beleden worden als getrouwen,
en ’t woord: Ga in! dan klinkt uit zijne mond.
Komt! moedig voort op ’t steile pad, gij vromen!
Het is de strijd, de moeite meer dan waard,
dáárheen te trekken en dáár aan te komen,
waar meer, dan wij verstaan, ons is bewaard!

Afspelen

melodie met toestemming
Rainer Schröter

Comments are closed.