177

Terug naar zangbundel
Terug naar dankliederen na het avondmaal

Alle roem is uitgesloten

Alle roem is uitgesloten,
onverdiende zaligheên,
heb ik van mijn God genoten,
‘k roem in vrije gunst alleen;
ja, eer ik nog was geboren,
eer Gods hand, die alles schiep,
door zijn woord tot aanzijn riep
heeft zijn liefde mij verkoren.
God is liefd’, o eng’lenstem;
mensentong, verheerlijkt Hem!

Door mijn zonde diep bewogen,
bood Gods liefde mij de hand;
o, ontfermend mededogen,
liefde boven mijn verstand.
Vijandschap was mijn bedenken,
vlees’lijk, aan het kwaad verknocht,
had ik nimmer Hem gezocht.
Hij wou m’ eerst zijn liefde schenken;
God is liefd’, o eng’lenstem;
mensentong, verheerlijkt Hem!

Datis grenzelooz’ ontferming,
die genade, rijk en vrij.
God schenkt redding, schenkt bescherming,
schenkt z’ aan zondaars, schenkt ze mij;
dan zelfs, als mijn onvermogen,
als mijn zondig hart mij smart,
toont mij ’t Godd’lijk Vaderhart
zijn verlossend mededogen:
God is liefd’, o eng’lenstem;
mensentong, verheerlijkt Hem!


Geen media

Comments are closed.