227

Terug naar zangbundel
Terug naar slotliederen

‘k Wil u, o God, mijn dank betalen

‘k Wil u, o God, mijn dank betalen,
U prijzen in mijn avondlied;
het zonlicht moge nederdalen,
maar Gij mijn licht begeeft mij niet.
Gij woudt mij met uw gunst omringen,
meer dan een Vader zorgdet Gij,
Gij milde bron van zegeningen,
zulk een ontfermer waart Gij mij.

trouwe zorg wou mij bewaren,
uw hand heeft mij gevoed, geleid;
Gij blijft nabij in mijn bezwaren,
nabij in elke moeilijkheid.
Deez’ avond roept mij na mijn zorgen
tot rust voor lichaam en voor geest.
Heb dank, reeds van de vroege morgen
zijt Gij mijn heil, mijn hulp geweest.

Dank, Vader! dank, voor die genade.
Verdiend’ ik zulks, ik zondaar? Neen!
Sloeg Gij, naar ’t recht, mijn zonden gade,
waar bergd’ ik mij, waar vlucht’ ik heen?
Maar neen, ik mag, ik wil niet vrezen,
Gij spreekt mij vrij om Jezus bloed;
dit zal ’t verslagen hart genezen,
en vrede schenken aan ’t gemoed.

Geen media

Comments are closed.